Women in financial services

Members login
aanmelden

WIFS voorzitter Nicolette Loonen levert bijdrage aan boek Kapitaal Vertrouwen.

Op 19 november werd, in het bijzijn van Nicolette Loonen, het eerste exemplaar uitgereikt aan Alexander Rinnoy Kan, voorzitter van de Raad van Commissarissen van De Nederlandsche Bank (DNB). Als bankiers voor banksters uitgemaakt worden, een combinatie van banker en gangster, dan valt het als bankier niet mee nog plezier te hebben op verjaardagsfeestjes.

Het vertrouwen in de financiële sector is behoorlijk beschadigd en niet eenvoudig te herstellen. In en om de sector worden wel veel initiatieven genomen om dit vertrouwen terug te winnen.
 
In het boek Kapitaal Vertrouwen vertellen meer dan 40 specialisten daarover vanuit hun eigen positie, ervaring en inzichten.
Allemaal denken ze na over de toekomst van onze economie en over de wereld als geheel. WIFS voorzitter Nicolette Loonen is één van de auteurs die een bijdrage heeft geleverd aan dit boek. Nicolette Loonen heeft een hoofdstuk geschreven aan de hand van de WIFS missie.
 
Het boek Kapitaal Vertrouwen is te bestellen bij uitgeverij van Gorkum.
 
Onderstaande tekst is het volledige hoofdstuk van Nicolette Loonen.
 
 
Herstel is alleen mogelijk als feminiene waarden worden (h)erkend

De grote thema?s die op dit moment spelen in de financiële sector hangen sterk samen met een dominantie van masculiene waarden. Er is sprake van een vertrouwensbreuk, de sector gaat gebukt onder een veelheid aan regelgeving en toezicht, er is een tekort aan verbindend leiderschap en een inspirerende visie op de toekomst ontbreekt. In reactie op de financiële crisis worden hevige debatten gevoerd hoe het nu verder moet, en hoe de sector hier sterker uit kan komen. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar thema?s als intern en extern toezicht, de bonuscultuur en de mate waarin risico?s in modellen gevangen kunnen worden. Uiteraard zijn dit discussies die moeten worden gevoerd. Maar in de zoektocht naar herstel van de sector ontbreekt een cruciaal element: het gebrek aan diversiteit binnen de financiële sector en de rol die de heersende monocultuur heeft gespeeld bij het ontstaan van de crisis.

De kredietcrisis is mede ontstaan door een disbalans tussen masculiene en feminiene waarden. Te veel focus op masculiene waarden leidde tot scoringsdrang en tot het negeren van ongekende risico?s. Er werd alleen gekeken naar de korte termijn. De lange termijn gevolgen werden niet meegenomen in de besluitvorming. Als er in de boardrooms van de financiële instellingen een betere balans was geweest tussen masculiene en feminiene waarden, waren er andere beslissingen genomen en was er anders omgegaan met risicomanagement en financiële producten. Dan had duurzaamheid het kunnen winnen van korte termijn successen. De noodzaak tot herwaardering van feminiene waarden is daarom groter dan ooit, omdat daarin de oplossing ligt voor de uitdagingen waar de financiële sector voor staat.

We bevinden ons in een transitiefase

Door de overheersing van masculiene waarden zijn organisatievormen ontstaan die zijn ingericht als militaire operaties, gericht op het realiseren van het Westerse ideaal van overvloed en consumptie. Ook in de financiële sector zien we dit fenomeen, met mega-instellingen die een opeenstapeling van overnames waren, die werden gedreven door de ambitie om de grootste te zijn en die producten op de markt brachten die onethisch bleken.

Deze tijd vraagt om een ander type organisatie, en meer nog om een ander type leiderschap. De leiderschapstijlen in het voorbije tijdperk die hoog scoorden, zoals beheersing via controle, individuele besluitvorming en risicovol gedrag, waren bij uitstek masculien. Onderzoek van McKinsey heeft laten zien dat we nu juist meer feminiene stijlen nodig hebben . Denk hierbij aan talentontwikkeling, inspiratie en participatie in besluitvorming.

Masculiene en feminiene waarden, waar hebben we het over?

De labels ?masculien? en ?feminien? worden toegekend aan waarden die door sociaal-culturele factoren worden bepaald. De termen zijn relatief: een man kan zich feminien gedragen en een vrouw masculien. Masculiene waarden zijn onder meer competitie, assertiviteit en kracht uitstralen, ambitie en doelgerichtheid, risico nemen, hiërarchie, en een focus op materiële welvaart. Daar tegenover staan feminiene waarden als harmonie, taakgerichtheid, het mijden van onnodige risico?s, empathie en dienstbaarheid.

Ieder mens beschikt over masculiene én feminiene waarden. Of iemand zich echter masculien of feminien gedraagt is afhankelijk van voorkeurstijlen en de context waarbinnen mensen werkzaam zijn, zoals de cultuur binnen hun organisatie. Daarnaast zien we dat groepsgedrag van mannen en vrouwen van invloed is op de cultuur in een organisatie, en daarmee op het gedrag van individuen. Een organisatie waar meer mannen dan vrouwen werken, heeft al gauw een cultuur met overwegend masculiene kenmerken.

De financiële instelling van de toekomst combineert het goede van beiden

Organisaties met overwegend masculiene waarden en masculien leiderschap worden onder andere gekenmerkt door ambitieuze doelen, autoritaire besluitvorming en een sterke focus op output. Dit vertaalt zich in hiërarchische structuren, centrale besturing met top-down besluitvorming en prestatiedruk. In dergelijke organisaties is veel geloof in de maakbaarheid van het succes van de organisatie. De valkuil is dat het mechanische systemen worden en alleen datgene telt wat meetbaar en rationeel is. Doordat alleen gekeken wordt naar de output, en niet naar het welzijn van de stakeholders van de organisatie gaat het resultaat ten koste van hun welzijn.

Organisaties met overwegend feminiene waarden en feminien leiderschap worden gekenmerkt door samenwerken, persoonlijke aandacht voor mensen, gelijkwaardigheid, gezamenlijk besluiten, collegialiteit en onderling respect. Er is oog voor het geheel, voor de omgeving, voor de balans tussen werk en privé. In dergelijke organisaties is alles met alles verbonden. Gevoel en intuïtie zijn dan ook belangrijk. De valkuil is dat mensen deze organisatievorm als beklemmend kunnen ervaren. Door de hang naar consensus en betrokkenheid van alle stakeholders ligt tevens besluiteloosheid op de loer.

Door een betere balans weer perspectief op een duurzame toekomst

Er is niet alleen een vertrouwensbreuk tussen de consument en de financiële sector, maar ook tussen financiële instellingen onderling. Het masculiene heeft het ?ik? als uitgangspunt. In het handelen is de vraag ?What?s in it for me? leidend. Dat verklaart mede waarom er in het verleden producten zijn verkocht die achteraf de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Producten die niet in het belang van de klant waren maar waar verzekeraars en tussenpersonen wel veel geld aan hebben verdiend. Bij veel mensen overheerst nu een gevoel van boosheid, omdat zij zijn gaan inzien dat de financiële sector zich over hun rug buitensporig heeft verrijkt.

Ondanks alle inspanningen om de relatie met de samenleving te herstellen, tonen diverse onderzoeken aan dat bij publiek en politiek het vertrouwen in de financiële sector alleen nog maar verder is gedaald. Het lijkt alsof banken en verzekeraars niets meer goed kunnen doen. Bestuurders verzuchten regelmatig ?Het maakt niet meer uit wat we doen, we doen het toch nooit goed.? Er zal daarom eerst moeten worden gewerkt aan een schone lei, immers op puinhopen kun je niet bouwen. In die zin is deze vertrouwensbreuk tussen publiek en de financiële sector net als een breuk in een relatie. Verzoening vraagt om erkenning van de fouten die zijn gemaakt, bekendmaken van de lessen die daarvan zijn geleerd, en excuses aanbieden voor de fouten die zijn gemaakt. Nu zijn we alleen maar op zoek naar de schuldigen in plaats van naar de diepere oorzaken. Natuurlijk ligt de schuld voor de crisis niet alleen bij de financiële sector, daar hebben we allemaal een verantwoordelijkheid in. Maar de eerste stap zal toch vanuit de financiële sector moeten komen. Maar helaas hebben organisaties die worden gedreven door masculiene waarden er erg veel moeite mee om toe te geven dat ze fout zaten..

Een ander fenomeen is het heilige geloof in regelgeving. De grote hoeveelheid vaak zeer gedetailleerde regels voor de financiële sector hebben niet kunnen voorkomen dat er behoorlijk wat mis is gegaan. De reflex op deze misstanden is het opleggen van nog meer regels, niet alleen door wetgevende instanties maar ook door toezichthouders en de financiële instellingen zelf. Wantrouwen heerst, in plaats van vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid. Toch is het belangrijk stil te staan bij de vraag waarom de regels die er wel waren al niet werden gevolgd. Ook hier ligt een relatie met masculiene en feminiene waarden. In haar baanbrekende studie In a different voice (1982) beschreef de sociaal-psycholoog Carol Gilligan de uitkomsten van haar onderzoek naar het verschil in ethisch gedrag bij mannen en vrouwen. Volgens haar redeneren mannen meer in termen van regels en rechtvaardigheid, terwijl vrouwen meer redeneren in termen van zorg, compassie en relaties. Door deze verschillen in logica kijken vrouwen ook anders naar ethische vraagstukken. Vanuit masculiene waarden geredeneerd is alles toegestaan wat niet is verboden. Vanuit feminiene waarden is datgene toegestaan wat geen negatief effect heeft op de omgeving. Vanuit het perspectief van masculiene waarden maakt het niet uit hoeveel regels je opstelt, er wordt altijd gezocht naar een ontsnappingsroute.

De huidige tijd vraagt om meer feminiene waarden

Het was Einstein die zei dat als je doet wat je altijd deed, je krijgt wat je altijd kreeg. Deze redenering is ook van toepassing op de waarden die aan onze samenleving ten grondslag liggen. Door de disbalans tussen masculiene en feminiene waarden in stand te houden is er geen ruimte voor vernieuwing. De crises van deze tijd vragen om een herwaardering van feminiene waarden.

De wereld is veel complexer geworden, waardoor organisaties niet meer kunnen worden bestuurd vanuit de gedachte dat de degenen aan de top alles weten. Participatie vraagt om plattere organisatievormen, waarbij wordt samengewerkt om innovatieve oplossingen te vinden voor de vraagstukken waar financiële instellingen zich voor gesteld zien. Door de opkomst van internet en social media is de beschikking over informatie niet meer exclusief voorbehouden aan een klein percentage van de bevolking. Het adagium ?Kennis is macht? gaat niet langer op. Dit vergt van organisaties dat zij veel transparanter worden over hun bedrijfsvoering en de dilemma?s waar zij dagelijks mee in aanraking komen. Om vertrouwen van de maatschappij te herwinnen is het nodig dat banken en verzekeraars hun klanten als gelijken gaan behandelen en hen gaan betrekken bij productinnovatie. En om hun eigen medewerkers weer te betrekken bij de organisatie, moeten zij schotten wegnemen die zij in de loop der jaren hebben opgetrokken in hun organisaties. Alleen als er ruimte wordt gegeven aan de passie en het talent van medewerkers zal de bevlogenheid voor het vak en voor de branche weer terugkeren.

« naar overzicht